Herinneringen aan Ido Vunderink

Door George de Wrede

Is het niet wonderlijk dat een mens zich bepaalde herinneringen uit het verleden, die in het geheugen liggen opgeslagen, pas weer voor de geest kan halen als er een andere gebeurtenis plaatsvindt? Dit overkwam mij toen ik in de krant een overlijdensbericht las. Ik doel op het overlijden van kunstenaar Ido Pieter Vunderink (1935 – 2021).

De kunstschilder van Het Groene Hart stierf deze zomer op 86- jarige leeftijd. De diverse media brachten het nieuws. Gedurende Ido’s lange arbeidzame leven werd in ruime mate aandacht besteed aan zijn kunstenaarschap. Meest compleet is zonder enige twijfel de biografie van de hand van Cees Straus. Persoonlijk lees ik dergelijke levensbeschrijvingen graag omdat het je als lezer dichter bij de mens en zijn kunstuitingen brengt. In het onderstaande wil ik u kond doen van een bijzondere ontmoeting die ik ooit, samen met mijn goede vriend Roel van der Bij, had met de kunstenaar uit de Meije.

Het was in de tijd dat Gerrit Luidinga als voorzitter van onze Kunstkring, Ido had overgehaald om lid te worden van de vereniging. De aanwezigheid van zo’n grote kunstenaar in je midden kon immers alleen maar een goede invloed hebben op het werk van de andere leden? En inderdaad, Ido verzorgde boeiende avonden waarbij hij er niet tegenop zag om, vanuit zijn woonplaats, grote aantallen schilderijen mee te nemen. Bijgestaan door connaisseur Frans Lander werd nader ingegaan op vorm en inhoud. In die dagen resideerde de Kunstkring nog in de Havenstraat te Woerden en waren er tijdens exposities openingsuren voor het publiek. Individuele leden hielden bij toerbeurt toezicht als gastheer/vrouw annex suppoost. Maar vooral bij slecht weer bleven de bezoekers weg en had je als ‘oppasser’ alle tijd van de wereld om de tentoongestelde werken nauwkeurig te bestuderen.

Ik vermoed dat juist daar mijn fascinatie voor de abstracte landschappen van Ido is ontstaan. Zijn werk: “Rivier de Meije” (zie afb.) bracht mij in vervoering omdat dit doek qua zeggingskracht sterk appelleerde aan het gevoel dat ik kreeg als ik langs deze rivier fietste.

“Rivier de Meije” 70 x 100 cm, olieverf op doek, Ido P. Vunderink, 2004.
Foto Stadsmuseum Woerden,
beschikbaar gesteld voor educatieve doeleinden.

Op zo’n middag zonder bezoekers kon ik de schildering van dichtbij bekijken en analyseren. Ik kwam tot de conclusie dat dit olieverfschilderij met zijn blauwe, groene en turquoise vlakken in al zijn eenvoud een absoluut meesterwerk was. Overmoedig geworden door Ido’s lidmaatschap van dezelfde vereniging zette ik als ‘collega’ mijn bevindingen op papier en stuurde het epistel naar hem op. Vervolgens gebeurde er lange tijd niets en vergat ik mijn eigen vrijpostigheid als zelfbenoemd kunstcriticus. Groot was mijn verrassing toen op een avond de telefoon ging en Ido met zijn raspende stem zijn waardering uitsprak voor mijn beeldonderzoek. We hadden een leuk gesprek over het verschil tussen zien en kijken en aan het eind nodigde hij mij uit om eens bij hem langs te komen.

Natuurlijk was ik vereerd maar ik durfde toch niet op zijn uitnodiging in te gaan. Ach, ziet u het al voor zich? Op een regenachtige avond aanbellen bij de poort van zijn landgoed en dan melden: “Hallo Ido, ik ben een bewonderaar van jou, mag ik even binnenkomen?” Enfin, u begrijpt het al; het kwam er domweg niet van. Vermoedelijk was ik niet de enige met een ‘Kleinduimpje complex’ want tegenover Roel van der Bij klaagde Ido dat er van de vereniging nooit eens iemand bij hem op bezoek kwam. Ido daarentegen liet zich op de Kunstkring ook steeds minder zien dus van de gedroomde kruisbestuiving kwam weinig terecht. Toch had Ido wel degelijk belangstelling voor de verrichtingen van andere leden! Dappere Roel besloot op goede dag de stoute schoenen aan te trekken en met een map vol foto’s van zijn eigen werk af te reizen naar galerie ‘Vermeije’ te Zegveld. Daarbij nodigde hij mij uit om hem te vergezellen. Aldus vertrokken wij als ‘kunstbroeders’ samen naar Zegveld. Kunt u zich nog de journaalbeelden op tv herinneren van het bezoek van toenmalige premier Jan Peter Balkenende en zijn vroegere minister van Buitenlandse zaken Jaap de Hoop Scheffer aan het Oval Office te Washington? Zichtbaar ongemakkelijk en zwaar onder de indruk schuifelde dit gelegenheidsduo met onzekere tred door de magische ruimte van het Witte Huis. Wat ik mij van de eerste ogenblikken herinner toen Roel en ik, Ido’s heiligdom betraden komt sterk overeen met het gevoel dat die twee bewindslieden gehad moeten hebben bij hun visite aan George W. Bush. Alleen al de afmetingen van Ido’s atelier/expositieruimte met die imposante marmeren vloer maakt een mens verlegen.

Aan de wand hingen, mooier uitgelicht dan in elk willekeurig museum, enorme doeken van eigen makelij. Hoe zou een mens niet onder de indruk kunnen geraken van dat immense terrein met die aparte ruimte voor de salon? Ascetisch ingericht gelijk een klooster met stenen plavuizen, lederen banken en een enorme open haard. Ramen van vloer tot aan het plafond bieden je een panoramisch uitzicht op het omringende landschap. Pas daar besefte ik hoe futiel mijn lofzang op dat ene schilderij in Ido’s oren moet hebben geklonken. Maar ook Roel’s meegebrachte fotoboek zag ik steeds dieper verdwijnen tussen de kussens van de bank. Zowel Ido als zijn levenspartner Lex deden er alles aan om ons op ons gemak te stellen. We werden gastvrij onthaald met koffie en gebak en later volgde nog een goed verzorgde lunch. Ido nam alle tijd. Hij was vol belangstelling voor onze activiteiten als ‘semiprofessioneel’ kunstenaar en bekeek met aandacht de foto’s van het werk van Roel. Zijn opbouwende kritiek sneed hout.

Tot mijn verbazing hechtte hij, bij het bekijken van een groot doek aan de wand, veel waarde aan mijn mening als beeldbeschouwer. Ik vertelde hem dat ik lesgaf en mijn leerlingen leerde om uitingen van beeldende kunst te onderzoeken. Later volgde nog een rondleiding op de zolderverdieping waar ontelbaar veel schilderijen in rekken stonden opgeslagen. Hij vertelde dat hij de realistische portretten vooral maakte om aan de buitenwacht te laten zien dat hij zijn vak verstond.

De schilder is niet meer maar zijn kunst leeft voort tot op de dag van vandaag! De portretten die hij van zijn moeder heeft gemaakt zijn nog even virtuoos. Maar is het niet absurd dat kunstenaars die bij voorkeur abstract werken niet zelden het verwijt naar hun hoofd krijgen dat ze kunst maken die het ‘kleine zusje’ ook kan maken? Hoeveel mensen beseffen eigenlijk dat abstracte kunst misschien geen herkenbare voorstelling heeft maar nooit betekenisloos is? Ido had commercieel gezien veel succes. Hij verkocht zijn abstracte werken in binnen- en buitenland voor hoge bedragen. Maar geld betekent voor een kunstenaar slechts vrijheid.

De keerzijde van succes kende hij eveneens. Ik herinner mij nu weer als de dag van gisteren hoe wij in de late middagzon met een omhelzing afscheid namen van elkaar. In het pre-coronatijdperk mocht je je medemens tenminste nog aanraken. Uitgezwaaid en met het hoofd in de wolken reden we in opperbeste stemming terug naar Woerden. Anno 2021 lijken al die gebeurtenissen een eeuwigheid geleden. Ido maakte schilderijen om naar te kijken en hij wilde het beeld zelf zijn verhaal laten doen.

Vanuit een voortschrijdend inzicht zou ik een kunstschilder van zijn formaat nu nooit meer ‘lastigvallen’ met de analyse van één schilderij. Zo’n kunstwerk vormt voor een kunstenaar slechts een tussenstop op de route van zijn eigen ontwikkelingstraject. Kunstenaars zijn over het algemeen ook helemaal niet bezig met wat hun werk precies beduidt. De schrijver Godfried Bomans heeft dit fenomeen al eens treffend verwoord: “Een kunstenaar beeldt uit maar de interpretatie van het werk valt buiten zijn provincie”. Kunstkenners daarentegen die aan een breed publiek, in woord en beeld in begrijpelijke taal kunnen uitleggen hoe knap zo’n kunstwerk in elkaar zit zijn zeldzaam. Zij bewijzen onervaren kijkers beslist een dienst. Maar kennis en inzichten van een beeldonderzoek dienen vooral een educatief doel. Daarbij geldt overigens dat je kunst niet op een foto maar in het echt moet zien.

Ido’s werk kun je op veel plaatsen tegenkomen en voor het bekijken van een heel groot schilderij hoef je niet eens zo ver. In het gemeentehuis van Woerden hangt zijn laatste schildering. Het betreft een doek van maar liefst 3 bij 4 meter. Dit kunstwerk is een abstracte weergave van de natuur in het Groene Hart. Het landschap in zijn eigen achtertuin inspireerde de kunstenaar bij het maken van dit megaschilderij. De schilder voltooide het werk drie jaar voor zijn dood en liet daarmee een kolossaal visitekaartje achter. Ook hier voeren blauw en groen, als ‘n verwijzing naar gras en lucht, de boventoon. De titel van het werk luidt toepasselijk: “Het Groene Hart.” Ach, er valt zoveel te vertellen over dat schilderij maar ik vermeed bewust om een afbeelding van het kunstwerk aan mijn tekst toe te voegen. Waarom vraagt u zich af? Het antwoord luidt dat een afbeelding van zo’n magistraal werk niet meer is dan een slap aftreksel van het origineel. Om een kunstwerk als dit echt te kunnen beleven is het beter dat u gaat kijken!

Aanbevolen literatuur:

Een kunstvertelling in coronatijd

Afbeelding 1. James Ensor, zelfsportret met maskers
Afbeelding 1. James Ensor, zelfsportret met maskers, 1899

Door George de Wrede, mei 2021

Bent u met deze wonderlijke coronadagen ook zo blij met uw kunstboeken? Ik wel in ieder geval! Met de dichte musea, gesloten bibliotheken en boekhandels met beperkende maatregelen stokt bij mij de toevoer van vers leesvoer. Ik mis het dwalen langs volle boekenrekken alsook het grasduinen in stapels met nieuw uitgekomen werk.

Hoewel ik van nature een ordelijk mens ben geldt dit beslist niet voor mijn verzameling kunstboeken. Waar sommigen het liefst ordenen op grootte en/of kleur vind ik de chronologische volgorde van de elkaar opeenvolgende stijlen van mijn kunstboeken belangrijker dan esthetiek. Het nadeel hiervan is dat er onregelmatige horizontale stapelingen ontstaan die het raadplegen van een bepaald boek lastiger maakt. Dikwijls komen er, bij het pakken van het exemplaar van mijn keuze, ongewild meerdere boeken tegelijk mee.

Zo kon het gebeuren dat afgelopen week een monografie over de Vlaamse kunstschilder James Ensor (1860 – 1949) vanaf de derde plank naar beneden kwam zeilen. Voor een meer dan 45 jaar oud boek biedt een dergelijke vrije val niet de beste overlevingskansen. De toch al gehavende lijmrug liet meteen los en zorgde voor een waaier van papier op de vloer. Toen ik geërgerd de losse bladen weer opraapte viel mijn oog op de fraaie kleurenafbeelding van een schilderij getiteld “Zelfportret met maskers”. James Ensor schilderde dit doek in 1899 maar ik vind het 122 jaar later nog steeds fascinerend. In het onderstaande leg ik u graag uit waarom.

We zien de schilder, getooid met een rode met bloemen en veren versierde hoed, als een soort Rubens afgebeeld (zie afb. 1 en 3). Te midden van een menigte met maskers getooide mensen is hij de enige zonder gezichtsbedekking. Die zee van kartonnen gezichten laat alle mogelijke uitdrukkingen van menselijke emoties zien. Perspectivisch gezien lijkt mij het zelfportret van Ensor wat aan de grote kant. De gezichtsuitdrukking van de schilder houdt het midden tussen sceptisch en perplex.

Qua omgeving en situatie doet het tafereel mij sterk denken aan een feest met gemaskerde deelnemers zoals bij een carnavalsoptocht. Veel tronies zijn daarbij recht van voren afgebeeld maar bij een aantal zien we ook andere aanzichten zoals: van opzij, driekwart en schuin van onderen. Naast de verzameling karikaturale koppen maakt ook een aantal doodshoofden deel uit van deze voorstelling.

Zoals dat met gecompliceerde beelden vaker het geval is heeft Ensor meerdere beeldaspecten gehanteerd. Draait u de voorstelling op z’n kop (er ontstaat dan een versierd plat vlak) dan ziet u behalve de compositie ook lijnen, vlakken, kleuren, tonen, vormen, richtingen, texturen, contrasten. Maar het meest in het oog springend zijn toch: compositie, kleur en contrast. De schilder verdeelde de lichte en donkere partijen bijvoorbeeld op een evenwichtige manier over het beeldvlak.

Gelet op de hanteringswijze van het materiaal is het persoonlijk handschrift van de kunstenaar duidelijk zichtbaar. De stijl van werken is schilderachtig en de mogelijkheden die olieverf biedt zijn ten volle benut. Als u inzoomt op de details dan ziet u pas hoe interessant de verfhuid is.

Qua werk is Ensor niet zo gemakkelijk onder te brengen in één bepaalde kunststijl. Van een impressionistisch schilder ontwikkelde hij zich via het Fauvisme richting Expressionisme. Anders gezegd: hij bedient zich gedurende zijn hele leven van verschillende stijlen naast elkaar.

Afbeelding 4. De kruisgang van Jeroen Bosch

Zo’n hoofdfiguur, die te midden van karikaturale koppen is afgebeeld, doet mij denken aan een schilderij van Jeroen Bosch uit 1515 getiteld: “De Kruisgang” (zie afb. 4) waarin Jezus, overmand door droefheid, wordt omgeven door afzichtelijke types. Het kan haast niet anders of Ensor heeft dit werk van de oude meester bestudeerd al ligt bij hem de focus anders. Ensor was een kunstenaar vol zelfspot en stond als mens op gespannen voet met zijn omgeving. Zijn mensbeeld was nogal somber. Ik denk dat de schilder ons duidelijk wil maken dat wij allemaal liever een masker dragen dan onszelf te laten zien zoals we echt zijn. En daarmee zie ik meteen een parallel met onze tijd. Een masker opzetten in figuurlijke zin is iets wat wij vandaag de dag ook goed kennen. In Ensors tijd bestond er natuurlijk nog geen Facebook of Instagram. Maar onze wens om digitaal een zo gunstig mogelijk publiek profiel te bouwen om je daarmee in de kijker te spelen is actueler dan ooit!

Een tweede reden waarom het beeld mij persoonlijk raakt is gelegen in het feit dat ik een individu zie te midden van heel veel anderen. Een menigte associeer ik tegenwoordig met gevaar voor besmetting. Onze huidige ‘anderhalve meter samenleving’ vraagt immers dringend om de drukte niet op te zoeken. Al meer dan een jaar zijn we nu gedwongen om afstand te houden van onze medemens. En zolang het virusmonster niet wereldwijd is verslagen zullen we afstandelijk met elkaar moeten blijven omgaan. Knuffelen en elkaar omhelzen zal voorlopig nog lange tijd onverstandig blijven. Misschien komt het zelfs wel nooit meer terug. Ensor daarentegen verwijst naar de wereld die wij vroeger kenden: die van het ‘oude normaal’ waarin helemaal geen afstandsbeperkingen golden.

Rest mij tot slot nog iets te melden over de monografie die zo ongelukkig ten val kwam. Een dergelijk boekwerk, van de hand van auteur Paul Haesaerts over werk en leven van de kunstenaar James Ensor, bestaat in deze vorm niet meer. De kleurenreproducties zijn ondanks de hoge ouderdom nog steeds voortreffelijk en werden apart in het boekwerk gelijmd. Om recht te doen aan de hoge kwaliteitsnorm zowel qua vorm als inhoud, rest mij geen andere keuze dan op zoek te gaan naar een goede boekbinder die dit meesterwerk voor mij kan herstellen. Een ander plekje in de boekenkast lijkt mij sowieso verstandiger.

Monografie:
Haesaerts, P.
James Ensor
Lannoo
Tielt – Utrecht
1973

Storytelling and the sense of art

Door George de Wrede

Inleiding

Er is sprake van ‘storytelling’ als droge feiten verbonden worden door een ‘dramatische’ verhaallijn. Dat klinkt schokkend maar er wordt mee bedoeld dat ze in dat geval beter doordringen bij de lezer of luisteraar en hierdoor langer onthouden worden. Het vertellen van verhalen bestaat al zo lang als de mensheid beschikking heeft over vuur en mensen tijd en gelegenheid kregen om elkaar rondom het kampvuur verhalen te vertellen.
Toen de religie zijn intrede deed, werd verhalen vertellen nog veel prominenter. Er was – en is – namelijk maar één manier om spirituele ervaringen met elkaar te delen en dat is door middel van het vertellen van – vaak mystieke – verhalen. Zelfs het bedrijfsleven zet tegenwoordig storytelling in als middel om een bedrijfsverhaal te formuleren. Voor het nastreven van hoge omzetcijfers is dat een doel dat de middelen heiligt.

Binnen de kunstensector is het verhaal achter het kunstwerk ook steeds belangrijker geworden. Tegelijkertijd kun je stellen dat de beeldende kunst al aan zichzelf genoeg heeft. Een beeld zegt immers meer dan duizend woorden. Maar hoe zit het dan met voorwerpen die ooit als alledaagse gebruiksartikelen in het museum terecht zijn gekomen?

In de onderstaande tekst neem ik je mee in een bijzondere vorm van storytelling. Ik doe dit aan de hand van een (kunst) voorwerp uit de collectie van Stadsmuseum Woerden. Ik koos voor een middeleeuws zwaard dat je sinds 2016 als archeologische vondst kunt bezichtigen.

Objectieve informatie

Wie naar de zolderetage van het gebouw klimt, kan het niet missen. Ondergebracht op de afdeling ‘Romeinse bodemschatten’ zie je in de glazen vitrine een tweesnijdend Frankisch zwaard. Het is circa 90 cm lang en wordt ook wel aangeduid met het woord ‘spatha.’

Het gevest van het zwaard (knop en handvat) is versierd met ingelegde zilveren plaatjes. Aan de bovenzijde van de pareerstang zijn twee geometrische versieringen aangebracht. Het is duidelijk dat een vakman dit wapen heeft gemaakt. De naam van de maker is helaas niet bekend.

Het gevest van het zwaard.
In het midden de pareerstang met de twee geometrische figuren

Toen het zwaard, bij archeologisch onderzoek in 2012, in de binnenstad van Woerden werd gevonden zaten er nog resten van een houten schede aan het zwaard. Bij de restauratie heeft men dit aan de achterzijde zo gelaten en heeft men de voorzijde willen tonen als steek/slagwapen.

Dit ijzeren slagzwaard is, samen met menselijke skeletresten uit de achtste eeuw, gevonden binnen de grenzen van het voormalig terrein van het Romeinse Castellum te Woerden. Het zwaard is vermoedelijk een ‘bij-gift’ in het graf van een (lokale) edelman. De lokale elite in onze streken werd vermoedelijk ingelijfd in de machtsstructuur van de Frankische heersers.

Overzicht feiten

  • Als Het Romeinse rijk in de derde eeuw n. Chr. ineenstort vertrekken de Romeinen uit de lage landen en blijven forten onbeheerd achter. Zo ook het castellum te Laurium zoals Woerden toen werd genoemd.
  • Het Frankische rijk ontstaat tussen de 3e en de 10e eeuw. De Franken nemen als nieuwe machthebbers de plaats van de Romeinen in.
  • In onze streken betwisten rond 600 n. Chr. Franken en Friezen elkaars grondgebied.
  • Frankische machthebbers zoals Karel Martel steunen missionarissen die het christelijke geloof in hun gebied willen verbreiden. De godsdienst zorgt als bindmiddel namelijk voor meer eenheid.

  • De Engelse Willibrord komt rond 690 n. Chr. het christendom prediken. Er worden kerken gebouwd. De bekende Bonifatius sticht tijdens zijn leven meerdere kerken en naar men aanneemt heeft hij tussen 719 en 722 n. Chr. te Woerden een kerkje gesticht. Woerden wordt dan Wyrda genoemd.
  • In het goederenregister van de Sint-Maartenskerk in Utrecht (900 – 948) staat vermeld dat in Wyrda alle bezittingen van het voormalige Castellum nu eigendom van de kerk zijn.
  • Het zwaard, gevonden in het graf van een onbekende edelman. wordt gedateerd ergens tussen 700 – 740 na Chr.
Een Frankisch edelman
met zwaard
  • In de Middeleeuwen (500-1500) neemt de adel een prominente plaats in. Een zwaard is een teken van macht en aanzien. Alleen de adel had het recht om een zwaard te dragen.

Subjectieve informatie

In de tochtige ruimte verspreiden flakkerende toortsen een spookachtig licht. Rond het ziekbed van heer Bertrand hebben zich zijn naaste familieleden verzameld. De edelman ligt met hoge koorts te woelen en te draaien. Van tijd tot tijd zakt hij weg in bewusteloosheid. Na een bloedig treffen met de Friezen is hij gewond teruggebracht naar Wyrda.

De chirurgijn heeft de pijl uit zijn borst gehaald maar kon niet zeggen wat voor gif er op de pijlpunt zat. De situatie verslechtert met het uur. Een groepje ridders is er op uitgestuurd om de lijfarts van de hertog te zoeken. Die moet hier ergens in de buurt zijn, al weet niemand precies waar.

Plotsklaps wordt de deur opengeworpen. De grote waakhonden springen woest blaffend naar voren maar ze worden onmiddellijk teruggefloten. ”We hebben hem gevonden!” roept de aanvoerder luid. De familie maant hem tot stilte: “Ssstt…….er ligt hier een zeer ernstig zieke!”

De arts stapt uit het groepje mannen naar voren en loopt naar de patiënt. Hij kijkt, voelt zijn pols en schudt zorgelijk zijn hoofd. “Kunnen we dan helemaal niets meer voor hem doen?” snikt de gravin. De arts kijkt haar bedachtzaam aan, knikt en zegt: “Jazeker……….een priester halen!”

De in Woerden gevonden spatha

Het is nu alweer meer dan zeven jaar geleden dat heer Bertrand stierf. De periode na het overlijden van haar gemaal is zwaar geweest voor Ariane. Zij is regentes voor haar zoon Julian die voorlopig nog te jong is om de plaats van zijn vader in te nemen. Het valt niet mee om je als vrouw staande te houden in deze harde mannenwereld. Alles lijkt te draaien om politiek, macht en geld. Zelfs haar eigen rentmeester bleek uiteindelijk niet te vertrouwen. Financieel wanbeheer heeft geleid tot torenhoge schulden.

Meerdere landeigenaren hebben het moeilijk. Om haar heen ziet zij in toenemende mate hoe zelfs vrije boeren hun land verkopen aan kloosterorden. Ook zij heeft dringend geld nodig en dat is de reden dat zij Wynfreth van de Benedictijner orde heeft uitgenodigd voor een gesprek. Wijlen haar man had niets willen weten van het strenge, op Rome georiënteerde christendom, maar zij kan zich niet langer permitteren om kieskeurig te zijn. Het water staat haar, financieel gezien, tot de lippen.

Geestelijke Wynfreth is in een opperbest humeur. Met zijn reisgezelschap is hij vanuit Utrecht onderweg naar Wyrda. Het is voorjaar, de zon schijnt en alles staat in de knop. Kieviten, wulpen, scholeksters en grutto’s zijn druk aan het baltsen. De wereld om hem heen is vol leven. Dikwijls moppert hij op ‘dat land van mest en mist en modder’ maar nu lijkt het wel een aards paradijs.

Op uitnodiging van gravin Ariane, de weduwe van heer Bertrand, reizen zij naar het voormalige Romeinse fort aan de Oude Rijn. Terwijl zijn paard rustig voortstapt overdenkt Wynfreth zijn missie. Hij heeft altijd moeite gehad met het feit dat de Frankische edelen hun eigen bisschop-dynastieën vestigden. Het verspreiden van de zuivere christelijke leer kun je niet aan leken overlaten. Immers, iemand als heer Bertrand had het met de geloofsvoorschriften nooit zo nauw genomen.

Hoe vaak had hij, als missionaris, in het verleden al niet tevergeefs bij hem aangedrongen op de bouw van een kerk? Wynfreth wil het ware geloof verkondigen op de plek waar vroeger de Romeinen hun heidense goden aanbaden. Deze uitnodiging ziet hij als een teken. Wynfreth glimlacht in zichzelf en mompelt zachtjes: “Het is Gods wil dat ik daar een godshuis bouw.”

Veel tijd hebben Gravin Ariane en Wynfreth niet nodig om het eens te worden over de (ver)koop. Het voormalige castellum wordt eigendom van de Benedictijnen. Met behulp van fondsen van paus Gregorius II zal er al spoedig gebouwd kunnen worden. Even lijkt de bouwlocatie nog roet in het eten te gooien. Ariane wil absoluut niet dat het graf van Bertrand wordt verplaatst. Dan stelt Wynfreth voor om de kerk over het graf heen te bouwen zodat haar man voortaan rust in gewijde grond.

Zijn argument dat Bertrands lichaam verloren is maar dat zo zijn ziel zonder enige twijfel zal worden gered, geeft uiteindelijk de doorslag. De koopakte wordt getekend en daarmee is de gravin uit de financiële problemen.
In een bijlage van de akte wordt vastgelegd dat zowel zij als haar zoon Julian later naast Bertrand begraven zullen worden. De kerk te Wyrda is daarmee een van de eerste kerken die door de bevlogen missionaris wordt gesticht.
Eeuwenlang liggen zij ongestoord in hun graf. Maar dan wordt, dertien eeuwen later, hun rust alsnog verstoord.

Een bijdrage aan beleving

Je kunt je afvragen in hoeverre zo’n verhaal een rol speelt in de informatievoorziening rond het gevonden zwaard. Wordt het ook als fictief herkend? De gebeurtenissen rond heer Bertrand zijn verzonnen maar ze zijn wel gevat in de historische context van de vroege middeleeuwen. De structuur van het verhaal voegt spanning toe. Door in te spelen op zintuigen en emoties gaat de geschiedenis leven bij een breed publiek.

Het geeft de eigenaar van het zwaard een identiteit. De historische persoon Wynfreth in deze vertelling is de geschiedenis ingegaan als Sint Bonifatius. Deze geestelijke stichtte tijdens zijn leven inderdaad meerdere kerken en werd, zoals wij allen weten, uiteindelijk in 754 na Chr. bij Dokkum vermoord.

Een verhaal als dit geeft je als lezer of toehoorder de mogelijkheid om je te kunnen identificeren met mensen en hun levensomstandigheden uit de achtste eeuw. Ik ben er van overtuigd dat het Frankische zwaard hierdoor aandachtiger wordt bekeken en dat de feiten ook beter worden onthouden.

Storytelling is een communicatiemiddel waarbij je de lezer of luisteraar wilt inspireren en raken. Binnen de wereld van de retorica gaat het om de ‘kunst van het overtuigen’ waarbij het draait om wat je wilt bereiken met je verhaal. De toevoeging van subjectieve informatie rond een archeologische vondst kan fungeren als alternatief platform om bij kunst en geschiedenis betrokken te raken. Mensen zonder veel belangstelling hiervoor kunnen er wel degelijk iets van opsteken.

Als storytelling bijdraagt aan meer beleving, en relevant is voor educatieve vorming, kun je naar mijn idee spreken van een aanvullende bron van informatie. Tegelijkertijd bestaat het gevaar dat objectieve wetenschappelijke kennis wat ondergesneeuwd raakt en hierdoor minder serieus wordt genomen.
Om die reden denk ik dat de verschillende informatiebronnen steeds als zodanig goed herkenbaar moeten zijn. Indien ze naast elkaar bestaan kunnen feiten en fictie elkaar versterken.

Beeldrecht

Alle afbeeldingen zijn van internet gehaald, behalve die van het zwaard. Deze komt uit de collectie van het Stadsmuseum. De beelden dienen ter ondersteuning van de tekst en worden gebruikt voor educatieve doeleinden.

Onderzoek Creatief Centrum Woerden gereed

Na een onderzoek van ongeveer een jaar naar de oprichting van een Creatief Centrum Woerden is het het onderzoeksrapport nu gereed. De belangrijkste conclusie is dat er veel belangstelling is voor de oprichting van een Creatief Centrum Woerden.

Verschillende keren hebben we hier al bericht over de actie van KUNSTaandenRIJN om te komen tot de oprichting van een Creatief Centrum Woerden en over de opgerichte initiatiefgroep.

De eerste belangrijke opdracht van de groep is om onderzoek te doen naar de kansen van een CCW voor Woerden. Het onderzoek is inmiddels afgerond. We hebben commentaar ontvangen van zeer gewaardeerde meelezers en binnenkort zullen we overgaan tot publicatie.

De belangrijkste conclusies

De hoofdconclusie van het onderzoek is dat er veel belangstelling is voor een CCW en dat velen mogelijkheden zien om in een CCW te werken of met een CCW samen te werken. Het rapport bevat een uitgebreide opsomming van alle suggesties die we uit de Woerdense creatieve gemeenschap hebben ontvangen.

Wij hebben natuurlijk ook nagedacht over praktische scenario’s om een CCW te realiseren. Volgens de initiatiefgroep biedt het scenario om te starten zonder fysiek gebouw of met een beperkte ruimte de meeste kansen. In dit scenario worden vanuit KUNSTaandenRIJN/CCW allerlei activiteiten georganiseerd die bijdragen aan het toekomstbeeld. Dit scenario wordt het sterkst als er samengewerkt kan worden met andere organisaties of personen die het toekomstbeeld delen. Het Creatief Centrum Woerden wil faciliteren en niet per sé zelf activiteiten organiseren. Dat laatste laten we graag over aan de spelers in de Woerdense creatieve scene.

Plan gehonoreerd voor Woerden 650 – Taal en Teken

In 2022 wordt Woerden een feeststad. Op 12 maart 2022 is het 650 jaar geleden dat Woerden stadsrechten kreeg. De voorbereidingen zijn in volle gang. Woerden650 heeft de Woerdenaren uitgenodigd om nieuwe ideeën aan te dragen. Dat heeft KUNSTaandenRIJN natuurlijk ook gedaan. Wij hebben het plan Taal en Teken ingediend. In maart 2020 hoorden we dat de organisatie van Woerden650 een positief besluit heeft genomen over het plan.

Aanmelden om mee te doen is op dit moment nog niet mogelijk, dat volgt later dit jaar.

We hopen nog een sponsor te vinden om een boekje met de resultaten te kunnen drukken. Dat zou een mooie tastbare herinnering zijn aan het feestjaar.

We zijn van plan om in dit project verbindingen te maken. Verbindingen tussen schrijvers en tekenaars in Woerden. We gaan koppels vormen van schrijvers en tekenaars. Zij maken vervolgens samen een geïllustreerd kort verhaal.

Wij richten ons op de toekomst van Woerden. Bouwend op het rijke verleden is het thema:

‘Woerden, wordt vervolgd’

Iedere Woerdenaar kan meedoen. Veertig personen (twintig tekenaars en twintig schrijvers) krijgen de kans hun vaardigheid in schrijven of tekenen te ontwikkelen onder leiding van een professionele docent. Wij zijn van plan daarvoor samen te werken met Marijke Abbink en Winny van Rij. Andere deelnemers werken zelfstandig.

We werden zo enthousiast van het idee dat we alvast een voorproefje hebben gemaakt.

Het eerste tekenverhaal van Woerden, wordt vervolgd….

Tekst: Winny van Rij, tekening: Elly Waterman

Ik wandel door Woerden, langs de ‘Oude Rijn’ in het centrum, of wat er van over is. Een brug weerspiegelt in het water, danst voor mijn ogen, een fata morgana. Het is warm deze zomer. De terrasjes zijn gelukkig weer open en mensen zitten gezellig bij elkaar. De afstand tussen de tafeltjes is nog steeds royaal sinds de Corona-uitbraak van vorig jaar. Zelf strijk ik neer op het gras aan de Singel in het Westdampark om na te denken over onze stad die volgend jaar iets te vieren heeft.

Ik stel me voor dat het oudejaarsavond 2021 is. Over tien minuten is het zover. Dan luiden bij wijze van uitzondering eenmalig weer de klokken van de Bonaventurakerk, wordt de speciale vlag gehesen, knallen de champagnekurken en klinkt het sissen van het mooiste siervuurwerk ooit in de Woerdense binnenstad. Het is feest, een heel jaar lang. Onze stad is namelijk al 650 jaar stad. Er ligt een heel verleden achter ons met Romeinen, kanonnen, verwoesting van de Petruskerk in rampjaar 1672. We werden heen en weer geslingerd tussen Zuid-Holland en Utrecht en maakten er het beste van. Veel verleden, maar wat is de toekomst?

Wat brengt Woerden mij in de toekomst? Ligt er over dertig jaar de brug die ik zo-even dacht te zien in de Rijnstraat of is er vooral KUNST aan den RIJN? Met wie zal ik over een jaar wandelen door Landgoed Bredius en even gezellig iets drinken op het pas geopende terras aldaar? Waar zal ik over tien jaar wonen? In een nieuwbouwhuis met tuin net achter het station waar ook Schrijfhuis Groene Hart zetelt? Zijn er weer kleine leuke ambachtelijke winkeltjes als tegengeluid van online shoppen? Is Woerden nog centraler met het grootste intercityknooppunt van het land? Of zorgt een nieuwe virusuitbraak ervoor dat de stad op sterven na dood is?
“Dat hoop ik toch niet,” roept de stad verontwaardigd.

Ik schrik op uit mijn overpeinzingen. De verhalen dringen zich op, het idee is geboren. Nu de rest van Woerden nog enthousiast maken om hun fantasie al schrijvend of tekenend te laten prikkelen voor ‘Woerden, wordt vervolgd…’.

De Peregrinus (gedeelte), Mariëlle van den Bergh

In het voetspoor van Bonifatius

Door George de Wrede

Tijdreis

Hebt u wel eens gehoord van ‘Kruistocht in spijkerbroek’? Het is de titel van een jeugdboek dat in 1973 werd geschreven door Thea Beckman. Zij vertelt hierin over de ‘Kinderkruistocht’ in 1212. Eigenlijk is het een verhaal dat geschikt is voor jong en oud. Niet voor niets werd het boek in 2005 succesvol verfilmd. Zonder teveel te verklappen, mocht u het niet kennen, is de hoofdpersoon een jongen die door een proef met een tijdmachine vanuit onze tijd ineens terecht komt in de dertiende eeuw en daar spannende
avonturen beleeft. Stelt u zich toch eens voor dat u zelf zo’n tijdreis zou kunnen maken, bijvoorbeeld naar de achtste eeuw; naar de tijd van Bonifatius. Lijkt u dat geen opwindend idee?

Bonifatius

Toen de basisschool nog ‘lagere school’ heette en de meesters en juffen regelmatig schoolplaten gebruikten om de leerstof Vaderlandse Geschiedenis over te dragen, maakte ik voor het eerst kennis met Bonifatius. Ik leerde over deze bisschop, martelaar en later heilig verklaarde geestelijke, dat hij één van de belangrijkste Angelsaksische missionarissen en kerkhervormers in het Frankische rijk was. Anno 2020 is het 1300 jaar geleden dat de reizende prediker naar onze streken kwam om hier de christelijke leer te verkondigen. Behalve Utrecht en omstreken zou hij ook Woerden hebben bezocht. Als mens is hij bevlogen en gepassioneerd maar als kerkelijk functionaris ondervindt hij de nodige tegenwerking.

Op 5 juni in het jaar 754 n.C. wordt hij, zo leerden wij destijds, nabij Dokkum vermoord. Ik herinner mij een afbeelding uit mijn geschiedenisboek waarop je kon zien hoe de oude grijsaard tevergeefs een bijbel ophoudt boven zijn hoofd om de slagen af te weren. Het boek bood echter geen bescherming tegen het zwaard dat een einde aan zijn leven maakte.

Tien textielkunstenaars geven u in de tentoonstelling “In den vreemde” in het Stadsmuseum van Woerdeneen verrassende kijk op het verhaal over leven en werk van Bonifatius. Aan de hand van een drietal kunstuitingen wil ik u daar graag iets over vertellen.

De Peregrinus

In één van de bovenzalen van Stadsmuseum Woerden ziet u de installatie van Mariëlle van den Bergh (Foto rechts boven). Een installatie als kunstwerk is een ruimtelijk beeld bestaande uit heterogene elementen, door een beeldend kunstenaar opgebouwd, uitgestald of opgehangen op een speciaal daarvoor uitgekozen locatie. De kunstenares toont ons onder meer een primitieve boot met een zeil op de rand van een zinken teil die is bekleed met gedrapeerd textiel. Het linnen dat zij voor het witte zeil gebruikt is meer dan 100 jaar oud. Het materiaal van de keramieken boot is op zo’n manier bewerkt dat er een ruwe ‘huid’ is ontstaan. De stoffen die Mariëlle gebruikt zijn met diverse garens ‘jacquard’ geweven en gebreid. Het is een weeftechniek waarmee ingewikkelde patronen in de stof geweven kunnen worden. Jacquard breiwerk is een techniek waarbij eveneens met verschillende kleuren wordt gewerkt. De gemêleerde tinten staan voor de sfeer van licht, lucht en water.

De titel van het kunstwerk verwijst naar de Perigrini van weleer. Dat zijn rondreizende monniken die naar onbekende gebieden vertrokken om heidense volkeren te bekeren tot het christendom. Bonifatius komt vanuit Engeland en reist met een schip dat is uitgerust met een linnen zeil dat wordt aangeduid met ‘carbasa.’

Op de bodem van de teil bevindt zich nog een bootvorm. Een beeld dat bij mij direct associaties oproept met het gevaar van een reis over zee. Maar Bonifatius laat zich niet door angst weerhouden en geeft gehoor aan zijn innerlijke drang. Mariëlle verbeeldt in haar werk zowel de tocht als de aankomst van Bonifatius in onze streken.

New Gold Dream

New Gold Dream, Alexandra Drenth

In de achterste zaal hangt tegen de wand het werk van Alexandra Drenth. Het is van oorsprong een liturgisch priestergewaad. De panden van deze mantel zijn naar buiten toe open geklapt waardoor men als beschouwer de binnenkant ziet. De vorm nodigt uit tot kijken!

En voor dat bekijken kunt u maar beter even de tijd nemen. Een mens komt ogen te kort om deze explosie van vorm en kleur in korte tijd te kunnen opnemen. Behalve letters, mandela’s, vogels, bloemen en planten zijn er ook grotere dieren te zien. Men ziet menselijke gezichten waaronder een portret van Jezus maar ook afbeeldingen van poppen. Naast fantasievormen zijn er natuurgetrouwe afbeeldingen van poserende dames.

De diverse samengebrachte stoffen zijn allemaal met de hand genaaid. Het borduurwerk is een techniek die uitstekend past in die lange traditie van het versieren van weefsels. Volgens de kunstenares verleent juist de imperfectie van handwerk het kunstwerk een eigen signatuur. De gekozen kleuren zorgen voor verschillende soorten contrast zoals, primair, complementair, licht/donker, en dergelijke.

De titel van het kunstwerk verwijst, behalve naar een nummer van de Schotse band Simple Minds, naar gevoelens die je leven verrijken. ‘Gold’ zou daarbij kunnen staan voor iets dat je zo dierbaar is dat het voelt als (geestelijke) rijkdom. Alexandra doelt naar eigen zeggen daarmee op de overweldigende liefde voor God die Bonifatius van binnen voelde en ‘koste wat het kost’ moest uitgedragen.

Het heidense geloof van de Germaanse volkeren zal ongetwijfeld voor heel veel angsten hebben gezorgd. Ik ben van mening dat wij niet moeten onderschatten hoe bevrijdend die nieuwe leer voor de bekeerlingen moet zijn geweest. De blijdschap van het geloof heeft de kunstenares op treffende wijze verbeeld.

De martelaar

De martelaar, Hanneke van Broekhoven

In dezelfde zaal vindt u het werk van Hanneke van Broekhoven. Op een achtkantige houten sokkel ziet u een ruimtelijk beeld. Het kunstwerk toont het onderstel van een mens met de bovenkant van een kale boom.

Deze ‘boommens’ roept bij mij direct associaties op met het verhaal uit de Griekse mythologie waarbij Apollo de nimf Daphne achtervolgt die vervolgens angstig om hulp smeekt bij de riviergod Peneus. De laatste verandert haar snel in een laurierboom waardoor zij ontkomt aan haar belager.

Hanneke daarentegen gebruikt eikenhouten takken voor haar creatie en brengt dit samen met het naakte lijf van een man. De schaamstreek laat hierover geen enkele twijfel bestaan. Met behulp van textiel en naaiwerk heeft zij globaal voeten, benen, buik en borst gemodelleerd. De takken zijn grotendeels met witte stof omwonden. Enkelen lijken op opgeheven armen. Het naaiwerk is inclusief rafelrandjes en losse draadjes hetgeen bijdraagt aan een doorleefde uitstraling.

De titel verwijst naar het feit dat Bonifatius als martelaar de geschiedenis is ingegaan. De bloedrode kraaltjes die her en der het wit verlevendigen verwijzen naar de gewelddadige wijze waarop hij door zijn belagers is vermoord. De kunstenares kiest niet voor een eenduidige betekenis. Om de Friezen te overtuigen van hun dwaalleer had Bonifatius hun heilige eikenboom omgehakt. Deze boom stond symbool voor de verering van de Germaanse god Donar.

Waar de eik het als heiligdom moest ontgelden zou je kunnen stellen dat de missionaris later eenzelfde lot wachtte. Zowel de eik als de prediker zijn in feite beiden slachtoffer geworden van een fanatieke geloofsovertuiging.

Uw reis

Mijn bezoek aan deze expositie voelde als een reis door de tijd. Ik zag Bonifatius achtereenvolgens als onverschrokken reiziger, enthousiast prediker en ten slotte als martelaar. Uw reis zal anders zijn omdat u uw eigen accenten legt. Echter alle tien de kunstenaars willen in hun kunstwerken u vooral de kracht van verbeelding laten zien.

Door met aandacht te kijken, vragen te stellen en antwoorden te vinden kunt u, ook zonder tijdmachine, een fantastische reis maken.

Bronnen

Catalogus bij deze expositie, uitgegeven door Stadsmuseum Woerden

Expositie

In den vreemde, Stadsmuseum Woerden, 08-09-2020 – 10-01-2021

Resultaten enquête over creativiteit in Woerden

In de periode juni – september 2020 heeft KUNSTaandenRIJN samen met de initiatiegroep Creatief Centrum Woerden een digitale en papieren enquête verspreid om inzicht te krijgen in de wensen die binnen Woerden leven. De digitale versie is door 44 personen ingevuld, de enquête op papier door 42 personen.

We willen deze mensen allemaal heel hartelijk danken voor het invullen en het meedenken! 

De initiatiefgroep CCW gebruikt deze enquête bij het opstellen van een onderzoeksrapport.

De papieren enquête verspreidden we op enkele zaterdagen in het centrum, bij enkele publieksaantrekkende winkels en galeries, en tijdens het Kunstpark. De digitale enquête verstuurden we via de KUNSTaandenRIJN nieuwsbrief en via Facebook. 

Via de enquête heeft KUNSTaandenRIJN een flink aantal nieuwe abonnees op de nieuwsbrief erbij gekregen. Ook hebben 15 mensen aangegeven mee te willen helpen met realiseren van een Creatief Centrum. 

De vragen en de antwoorden

Wat is goed aan de creatieve activiteiten in Woerden?

Het meest wordt genoemd de diversiteit van de creatieve mogelijkheden in Woerden. Als kanttekening wordt daarbij aangegeven dat het vaak moeilijk te vinden is, er is geen overzicht, bij toeval vind je iets verrassends, het is versnipperd en vaak niet op het juiste niveau.

Concrete activiteiten die het meest genoemd worden, zijn

  • Het Kunstpark
  • De Atelierroute
  • Daarna activiteiten van KUNSTaandenRijn, Straattheater, Kunstkajuit, het cursusaanbod.
  • En tenslotte Exposities (in bibliotheek), Centrale galerie, Het Klooster, Cultuurplatform, Schilderclubs, Kunstkring, Fotografenkasteel, Buitenkunst, Nachtcultuur, Festivals.

Wat mist u aan creatieve activiteiten in Woerden?

Een aantal mensen (14) mist niks in Woerden. Een van hen verwoord het exact: “Ik persoonlijk (mis) niets maar ik heb gezocht naar wat ik zelf wil. Weet dus niet wat er verder nog te doen is”

Uit sommige antwoorden blijkt dat de gewenste activiteit wel wordt aangeboden maar niet wordt gevonden, bijvoorbeeld fotografie, tekenles, pottenbakken en kookles. Het is daarbij mogelijk dat de gewenste cursussen niet op geschikte dagen en tijden worden aangeboden, maar ook is het mogelijk dat mensen het gewoon niet kunnen vinden.  

Het meest wordt een centrale locatie gemist, een plek waar men elkaar kan ontmoeten, praten over kunst en waar men kan creëren, laagdrempelig ook voor andere culturen. Ook werkruimtes, ruimtes waar workshops gegeven kunnen worden en expositie/verkoop mogelijkheden voor amateurs, worden gemist. Meerdere keren wordt aangegeven dat een platform voor presentaties, eventueel buiten, (bijv. voor kleinkunst, muziek) in Woerden ontbreekt. Ook zou er meer voor kinderen en jongeren aangeboden moeten worden. Samenwerking met scholen wordt genoemd.

Activiteiten die meerdere malen in de antwoorden worden aangetroffen zijn:

  • Cursus of les of workshop (zowel geven als volgen): 21 maal genoemd
  • Meer samen / gelijkgestemden ontmoeten etc: 10 maal genoemd
  • Iets voor kinderen of jeugd: 7 maal genoemd
  • Centrale of vaste locatie: 6 maal genoemd
  • Ateliers om zelf te werken: 6 maal genoemd
  • Expositie of verkoopruimte: 5 maal genoemd
  • Open podia muziek, kleinkunst: 3 maal genoemd

Daarnaast zijn de volgende ontbrekende activiteiten eenmalig genoemd:

  • Mandala tekenen
  • Proeverijen
  • Combi kunst en natuur
  • Combi kunst en schrijven
  • Combi creativiteit en recyclen
  • Kunstuitleen
  • Groter museum – met moderne kunst
  • Ambachten
  • Kunstschool
  • Ontwerpen met computer
  • Zilversmeden
  • Instrumentale muziek
  • Kostuums maken
  • Meer ogv textiel

Met welke creatieve activiteiten houdt u zich nu bezig?

De meeste mensen die de enquête hebben ingevuld houden zich bezig met schilderen en tekenen. Dat kan deels een bias zijn, omdat de enquête vooral is verspreid onder de al bestaande relaties van KUNSTaandenRIJN. 

Hieronder alle genoemde activiteiten. Veel mensen houden zich bezig met meerdere creatieve activiteiten.

Onderneemt u creatieve activiteiten, bij voorkeur samen of alleen?

Niet iedereen heeft deze vraag ingevuld. Slechts enkelen van de mensen die antwoord gaven hebben een uitgesproken voorkeur om alleen te werken aan hun creatieve bezigheden. Verreweg de meesten kunnen zowel alleen werken als samen met anderen. 

Bent u bereid te betalen voor activiteiten die u nu mist en graag wilt doen?

Deze vraag hebben wij gesteld om een indruk te krijgen of betalen voor het doen van een creatieve bezigheid een grote belemmering zou zijn. Zestig procent van de mensen is bereid om te betalen voor activiteiten die zij nu missen en die zij graag zouden willen doen. Veertig procent weet het nog niet. 

Ruimte voor overige opmerkingen en ideeën

Hierop kwamen verschillende steunbetuigingen voor het idee van een creatief centrum: 

  • Goed initiatief om de versnippering vorm te geven, zodat je dingen niet misloopt, omdat je niet op de hoogte bent, zonde toch?!
  • Ik vind het een goed idee
  • Misschien kan er in Woerden één (gesubsidieerde?) kunstraad komen, die boven alle kunstdisciplines hangt en alle groepen en activiteiten coördineert/organiseert?
  • Ik zou het leuk vinden als er een Creatief Centrum was, waar verschillende creatieve activiteiten zijn en waar je een wat kan rondkijken en evt wat kan eten en drinken.
  • Is er niets iets mogelijk samen met de bibliotheek of cultuur5? Het klooster was vroeger ook deels creatief centrum.. mooi plekje zou ook zijn het lege pand aan de Groenedaal, ( voorheen kringloopwinkel)
  • Tijdens de prijsuitreiking in de bibliotheek (van de RijnKUNSTprijs) werd gesproken van een ‘creatieve ruimte’. Dat vind ik interessant.
  • Woerden mist 1 ding: Een (door de gemeente beschikbaar gesteld?) terrein waar kunstenaren en kunstclubs genoeg ruimte hebben om hun ideeën en werken te creëren. Door het gebrek aan ruimte blijven sommige nieuwe evenementen/acties uit (het is dus niet alleen maar corona gerelateerd dat het rustiger is)

Daarnaast diverse andere ideeën:

  • Agenda op social media delen
  • Graag workshops allerlei ook met groen
  • Ik zou het leuk vinden om af en toe andere beeldhouwers uit Woerden en omgeving te ontmoeten en met hen kennis en ideeën uit te wisselen.
  • Misschien een keer een lezing o.i.d. door een (beeldhouw)kunstenaar?
  • Ik zoek iemand die mij wegwijs kan maken in de techniek van werken met Pastelkrijt 
  • Kinderkoor. Iets met speurtochten voor kinderen, toneelstuk op locatie op de trappen in de haven
  • Kunst met elkaar delen en plek om tentoon te stellen en te verkopen
  • Meer leuke workshops bijvoorbeeld voor kinderfeestjes
  • Mijn idee is om de sloophamer door het metalen frame (kunstwerk) voor de oude Hema te halen, en er met Woerdenaren iets nuttigs van te maken- evt recyclen. En voorkomen dat er grote bedragen voor dit soort werk wordt uitgegeven.”
  • Mis ook kunst in het water
  • Zou het leuk vinden om een open atelier in Woerden te hebben waar meerdere mensen gebruik van kunnen maken tegen een betaalbare prijs

RijnKUNSTprijs 2020 uitgereikt

Na een lange vertraging vanwege de Coronacrisis is op 8 juli de RijnKUNSTprijs 2020 uitgereikt. Het evenement was oorspronkelijk gepland op 21 maart. Afgelopen woensdag kregen de deelnemers eindelijk te horen wie de prijswinnaars waren. Dit gebeurde in een besloten bijeenkomst, waar alleen de deelnemers bij konden zijn. De winnaars kregen een trofee, gemaakt door Cees Hoogeveen van AFA B.V. Maatwerk in Metaal, ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van dit bedrijf.

Het thema van de prijs dit jaar was “Camouflage”. Bij de foto: Van links naar rechts: Diklah Zohar (genomineerd cat 3D) Mieke Freyee (winnaar cat 3D) en Cees Hoogeveen met op de achtergrond het winnende schilderij van Inge Sips en op het tafeltje de trofeeën.

De vakjury van de RijnKUNSTprijs 2020, bestaande uit Karel van den Bosch (Cultuurlokaal), Sietse Goverts (kunstenaar), Karin Vredenbregt (kunstenaar) en Teatske de Jong (Stadsmuseum), was blij verrast door het aantal én het hoge niveau van de 28 inzendingen. De winnaars, gekozen door de vakjury zijn:

  1. Inge Sips met ‘Het geschenk voor Troje’ in de categorie 2D
  2. Mieke Freyee-Röling ‘Bijna onzichtbaar, totdat je de top hebt bereikt’ in de categorie 3D.
Inge Sips kon niet bij de uitreiking zijn. Zij won zowel in 2018 als in 2020 een prijs. Hier staat zij met twee trofeeën.

Inge Sips maakte volgens de vakjuyry met “Het geschenk voor Troje” een werk van bijna monumentale proporties, niet alleen met betrekking tot het formaat van het doek zelf, maar ook door het onderwerp. Het paard neemt in het werk bijna alle beschikbare ruimte in. De kracht die het beest uitstraalt, het kleurgebruik , de compositie, net zo geslaagd en overweldigend als het plan van Odysseus. De jury heeft na rijp beraad besloten dat Inge Sips zich het best gecamoufleerd heeft.

De bijna onzichtbare klimmers in het werk van Mieke Freyee zijn, mede door de eenvoud, kleine gepolijste figuurtjes op een verder ruwe klomp steen, volgens de jury ook een goede vertaling van het thema camouflage en van het principe “meer is niet altijd beter” of “ in hoe weinig woorden maak je iets duidelijk.”

Daarnaast ontving Jolanda Scherpenzeel met het werk Au Naturel een eervolle vermelding. De schijnbaar eenvoudige blokjes waaruit de “installatie” bestaat, de ogenschijnlijk willekeurige teksten en het kleurgebruik met de zorgvuldigheid en het vernuftig materiaalgebruik maken dat dit bewegelijke werk ook echt werkt en dat het actief een gesprek aangaat met de kijker. Heel goed en ook nog deels een samenwerkingsproject  met Nu groen van Abrona en de Boerinn.

Tot de sluiting van de bibliotheek heeft iedereen kunnen meestemmen voor de publieksprijs. Er zijn 125 geldige stemmen uitgebracht. Met grote afstand is Marian de Jong, met het werk ‘Gevangen in het geborgen verleden..’ de winnaar. Zij kreeg 88 punten van het publiek. Het werk van Lia Meiborg en André Zentveld kreeg als nr. 2 en 3 ook veel waardering van het publiek met resp. 46 en 44 punten.

De werkstukken blijven in de bibliotheek te zien tot eind juli 2020.

Alle inzendingen zijn hier te downloaden.

In het voetspoor van Cornelis Springer

Door G.J.T. de Wrede

De Rijnstraat in Woerden

De Rijn stroomde vroeger dwars door Woerden en de Vischbrug verbond de Kerkstraat met de Kruisstraat. De kunstenaar Cornelis Springer (1817-1891) vereeuwigde dit beeld zo’n 160 jaar geleden. De Oude Rijn werd gedempt in de jaren 60 van de 20ste eeuw en werd daarmee een straat. Wandelend in de richting van de haven, met de later gebouwde Sint Bonaventurakerk (1892) in de rug, is de locatie van toen nog gemakkelijk terug te vinden. Op de hoek is nu een lunchroom van Délifrance gevestigd. Het schilderij van Springer voert u mee terug in de tijd.

Cornelis Springer
Amsterdam 1817-Hilversum 1891
Gezicht op de Vischbrug te Woerden
olieverf op paneel 34,2 x 42,0 cm, gesigneerd linksonder en gedateerd ’54

Moment van de dag

Dat de zon opkomt in het oosten en ondergaat in het westen is algemeen bekend. Het is een feit dat houvast biedt bij het bekijken van de voorstelling. In dit beeld komt het zonlicht van links en vallen de schaduwen naar rechts. Het noorden (richting Amsterdam) bevindt zich, geografisch gezien, niet recht naar voren in het beeldvlak. Dit oriëntatiepunt, zie afbeelding hieronder, loopt schuin onder een hoek van 45 graden. De huidige winkel van Eye Wish Opticiens (hoek Kruisstraat) markeert in feite het noorden. Gedurende de dag verandert het licht. Het licht komt in dit schilderij uit westelijke richting. De richting van de schaduwen laat dat zien. Het licht in Springers schilderij oogt zonnig en warm. Dat zegt iets over het jaargetijde.
In de zomer schijnt de zon vaker, zijn de dagen lang en wordt het pas laat donker. Springer deed zijn waarneming vermoedelijk op een zomerse (na) middag ergens tussen 17.00 en 19.00 uur.

Het jaargetijde

Springer vervaardigde veel stads- en dorpsgezichten. Hij schilderde o.a. in Amsterdam, Haarlem, Zwolle, Kampen, Enkhuizen, Monnickendam, Harderwijk en andere steden. Ter plaatse maakte hij schetsen. Van het gebruik van fotografie is niets bekend. Wie buiten tekent heeft het liefst goed weer. Ook de gevoelstemperatuur is, bij het werken in de open lucht, van belang. De zomer is hiervoor geschikter dan de winter. Het groen van de geschilderde boom verschaft een zeer duidelijke aanwijzing over het jaargetijde. In de winter zou de boom geen blad hebben gehad en in de herfst zou het blad gekleurd moeten zijn. Resteert dus voorjaar of zomer. In het voorjaar is het blad van de boom klein en frisgroen. In de zomer is het blad groter en wordt de kleur wat fletser. De afbeelding van het schilderij toont onmiskenbaar het blad van een boom in zomerdracht.

Het museum

Na een wandeling en een versterking van de inwendige mens is het een geschikt moment om het schilderij in het echt te zien. Dankzij een gulle gever kan men het originele werk van Springer getiteld: De Vischbrug uit 1854 in het Stadsmuseum te Woerden bekijken. In de voormalige vroedschapszaal heeft het zelfs een ereplekje gekregen. Met de bezichtiging van het werk reist men terug in de tijd van de 19de eeuw. Een tijd waarover veel te vertellen valt. Wat de wereld van Springer u vandaag nog te zeggen heeft kunt u geheel zelf bepalen.

Bezoek

Het Stadsmuseum Woerden is gevestigd aan het Kerkplein nr. 6 te Woerden.

Op naar Het Hem

Incomprehensible sun, Nicolas Jaar

Op naar Het Hem!

Hoewel Het Hem terrein bij Zaandam al enige tijd in ontwikkeling is, is de tentoonstellingsruimte met dezelfde naam echt een aanwinst voor Nederland. Het terrein is van de oude munitiefabriek die in de jaren 80 van de vorige eeuw veelvuldig het nieuws haalde vanwege louche munitieleveringen aan diverse landen. In 2002 werd de fabriek definitief gesloten en na jaren van braakligging en onderzoek naar de vervuiling van de grond, werd het terrein opengesteld en hebben kunstenaars alvast bezit genomen van de vele prachtige gebouwen. In een ervan, pal aan het water, is Het Hem gevestigd. Naast een aparte ruimte waarin de beladen geschiedenis tentoongesteld is zijn er tijdelijke tentoonstellingen die zijn ingericht met een maximaal gebruik van de industriële ruimtes. Zo kun je hoog op een stoel zitten en naar de scheepvaart kijken die voorbij komt, en is de oude schietbaan momenteel ingericht met een licht- en geluidsinstallatie van Nicolas Jaar. Gaat dat zien!

Met de trein vanuit Woerden rijdt je rechtstreeks naar Zaandam (sprinter naar Uitgeest) en bus 65 brengt je in 10 minuten naar het terrein.