Storytelling and the sense of art

Door George de Wrede

Inleiding

Er is sprake van ‘storytelling’ als droge feiten verbonden worden door een ‘dramatische’ verhaallijn. Dat klinkt schokkend maar er wordt mee bedoeld dat ze in dat geval beter doordringen bij de lezer of luisteraar en hierdoor langer onthouden worden. Het vertellen van verhalen bestaat al zo lang als de mensheid beschikking heeft over vuur en mensen tijd en gelegenheid kregen om elkaar rondom het kampvuur verhalen te vertellen.
Toen de religie zijn intrede deed, werd verhalen vertellen nog veel prominenter. Er was – en is – namelijk maar één manier om spirituele ervaringen met elkaar te delen en dat is door middel van het vertellen van – vaak mystieke – verhalen. Zelfs het bedrijfsleven zet tegenwoordig storytelling in als middel om een bedrijfsverhaal te formuleren. Voor het nastreven van hoge omzetcijfers is dat een doel dat de middelen heiligt.

Binnen de kunstensector is het verhaal achter het kunstwerk ook steeds belangrijker geworden. Tegelijkertijd kun je stellen dat de beeldende kunst al aan zichzelf genoeg heeft. Een beeld zegt immers meer dan duizend woorden. Maar hoe zit het dan met voorwerpen die ooit als alledaagse gebruiksartikelen in het museum terecht zijn gekomen?

In de onderstaande tekst neem ik je mee in een bijzondere vorm van storytelling. Ik doe dit aan de hand van een (kunst) voorwerp uit de collectie van Stadsmuseum Woerden. Ik koos voor een middeleeuws zwaard dat je sinds 2016 als archeologische vondst kunt bezichtigen.

Objectieve informatie

Wie naar de zolderetage van het gebouw klimt, kan het niet missen. Ondergebracht op de afdeling ‘Romeinse bodemschatten’ zie je in de glazen vitrine een tweesnijdend Frankisch zwaard. Het is circa 90 cm lang en wordt ook wel aangeduid met het woord ‘spatha.’

Het gevest van het zwaard (knop en handvat) is versierd met ingelegde zilveren plaatjes. Aan de bovenzijde van de pareerstang zijn twee geometrische versieringen aangebracht. Het is duidelijk dat een vakman dit wapen heeft gemaakt. De naam van de maker is helaas niet bekend.

Het gevest van het zwaard.
In het midden de pareerstang met de twee geometrische figuren

Toen het zwaard, bij archeologisch onderzoek in 2012, in de binnenstad van Woerden werd gevonden zaten er nog resten van een houten schede aan het zwaard. Bij de restauratie heeft men dit aan de achterzijde zo gelaten en heeft men de voorzijde willen tonen als steek/slagwapen.

Dit ijzeren slagzwaard is, samen met menselijke skeletresten uit de achtste eeuw, gevonden binnen de grenzen van het voormalig terrein van het Romeinse Castellum te Woerden. Het zwaard is vermoedelijk een ‘bij-gift’ in het graf van een (lokale) edelman. De lokale elite in onze streken werd vermoedelijk ingelijfd in de machtsstructuur van de Frankische heersers.

Overzicht feiten

  • Als Het Romeinse rijk in de derde eeuw n. Chr. ineenstort vertrekken de Romeinen uit de lage landen en blijven forten onbeheerd achter. Zo ook het castellum te Laurium zoals Woerden toen werd genoemd.
  • Het Frankische rijk ontstaat tussen de 3e en de 10e eeuw. De Franken nemen als nieuwe machthebbers de plaats van de Romeinen in.
  • In onze streken betwisten rond 600 n. Chr. Franken en Friezen elkaars grondgebied.
  • Frankische machthebbers zoals Karel Martel steunen missionarissen die het christelijke geloof in hun gebied willen verbreiden. De godsdienst zorgt als bindmiddel namelijk voor meer eenheid.

  • De Engelse Willibrord komt rond 690 n. Chr. het christendom prediken. Er worden kerken gebouwd. De bekende Bonifatius sticht tijdens zijn leven meerdere kerken en naar men aanneemt heeft hij tussen 719 en 722 n. Chr. te Woerden een kerkje gesticht. Woerden wordt dan Wyrda genoemd.
  • In het goederenregister van de Sint-Maartenskerk in Utrecht (900 – 948) staat vermeld dat in Wyrda alle bezittingen van het voormalige Castellum nu eigendom van de kerk zijn.
  • Het zwaard, gevonden in het graf van een onbekende edelman. wordt gedateerd ergens tussen 700 – 740 na Chr.
Een Frankisch edelman
met zwaard
  • In de Middeleeuwen (500-1500) neemt de adel een prominente plaats in. Een zwaard is een teken van macht en aanzien. Alleen de adel had het recht om een zwaard te dragen.

Subjectieve informatie

In de tochtige ruimte verspreiden flakkerende toortsen een spookachtig licht. Rond het ziekbed van heer Bertrand hebben zich zijn naaste familieleden verzameld. De edelman ligt met hoge koorts te woelen en te draaien. Van tijd tot tijd zakt hij weg in bewusteloosheid. Na een bloedig treffen met de Friezen is hij gewond teruggebracht naar Wyrda.

De chirurgijn heeft de pijl uit zijn borst gehaald maar kon niet zeggen wat voor gif er op de pijlpunt zat. De situatie verslechtert met het uur. Een groepje ridders is er op uitgestuurd om de lijfarts van de hertog te zoeken. Die moet hier ergens in de buurt zijn, al weet niemand precies waar.

Plotsklaps wordt de deur opengeworpen. De grote waakhonden springen woest blaffend naar voren maar ze worden onmiddellijk teruggefloten. ”We hebben hem gevonden!” roept de aanvoerder luid. De familie maant hem tot stilte: “Ssstt…….er ligt hier een zeer ernstig zieke!”

De arts stapt uit het groepje mannen naar voren en loopt naar de patiënt. Hij kijkt, voelt zijn pols en schudt zorgelijk zijn hoofd. “Kunnen we dan helemaal niets meer voor hem doen?” snikt de gravin. De arts kijkt haar bedachtzaam aan, knikt en zegt: “Jazeker……….een priester halen!”

De in Woerden gevonden spatha

Het is nu alweer meer dan zeven jaar geleden dat heer Bertrand stierf. De periode na het overlijden van haar gemaal is zwaar geweest voor Ariane. Zij is regentes voor haar zoon Julian die voorlopig nog te jong is om de plaats van zijn vader in te nemen. Het valt niet mee om je als vrouw staande te houden in deze harde mannenwereld. Alles lijkt te draaien om politiek, macht en geld. Zelfs haar eigen rentmeester bleek uiteindelijk niet te vertrouwen. Financieel wanbeheer heeft geleid tot torenhoge schulden.

Meerdere landeigenaren hebben het moeilijk. Om haar heen ziet zij in toenemende mate hoe zelfs vrije boeren hun land verkopen aan kloosterorden. Ook zij heeft dringend geld nodig en dat is de reden dat zij Wynfreth van de Benedictijner orde heeft uitgenodigd voor een gesprek. Wijlen haar man had niets willen weten van het strenge, op Rome georiënteerde christendom, maar zij kan zich niet langer permitteren om kieskeurig te zijn. Het water staat haar, financieel gezien, tot de lippen.

Geestelijke Wynfreth is in een opperbest humeur. Met zijn reisgezelschap is hij vanuit Utrecht onderweg naar Wyrda. Het is voorjaar, de zon schijnt en alles staat in de knop. Kieviten, wulpen, scholeksters en grutto’s zijn druk aan het baltsen. De wereld om hem heen is vol leven. Dikwijls moppert hij op ‘dat land van mest en mist en modder’ maar nu lijkt het wel een aards paradijs.

Op uitnodiging van gravin Ariane, de weduwe van heer Bertrand, reizen zij naar het voormalige Romeinse fort aan de Oude Rijn. Terwijl zijn paard rustig voortstapt overdenkt Wynfreth zijn missie. Hij heeft altijd moeite gehad met het feit dat de Frankische edelen hun eigen bisschop-dynastieën vestigden. Het verspreiden van de zuivere christelijke leer kun je niet aan leken overlaten. Immers, iemand als heer Bertrand had het met de geloofsvoorschriften nooit zo nauw genomen.

Hoe vaak had hij, als missionaris, in het verleden al niet tevergeefs bij hem aangedrongen op de bouw van een kerk? Wynfreth wil het ware geloof verkondigen op de plek waar vroeger de Romeinen hun heidense goden aanbaden. Deze uitnodiging ziet hij als een teken. Wynfreth glimlacht in zichzelf en mompelt zachtjes: “Het is Gods wil dat ik daar een godshuis bouw.”

Veel tijd hebben Gravin Ariane en Wynfreth niet nodig om het eens te worden over de (ver)koop. Het voormalige castellum wordt eigendom van de Benedictijnen. Met behulp van fondsen van paus Gregorius II zal er al spoedig gebouwd kunnen worden. Even lijkt de bouwlocatie nog roet in het eten te gooien. Ariane wil absoluut niet dat het graf van Bertrand wordt verplaatst. Dan stelt Wynfreth voor om de kerk over het graf heen te bouwen zodat haar man voortaan rust in gewijde grond.

Zijn argument dat Bertrands lichaam verloren is maar dat zo zijn ziel zonder enige twijfel zal worden gered, geeft uiteindelijk de doorslag. De koopakte wordt getekend en daarmee is de gravin uit de financiële problemen.
In een bijlage van de akte wordt vastgelegd dat zowel zij als haar zoon Julian later naast Bertrand begraven zullen worden. De kerk te Wyrda is daarmee een van de eerste kerken die door de bevlogen missionaris wordt gesticht.
Eeuwenlang liggen zij ongestoord in hun graf. Maar dan wordt, dertien eeuwen later, hun rust alsnog verstoord.

Een bijdrage aan beleving

Je kunt je afvragen in hoeverre zo’n verhaal een rol speelt in de informatievoorziening rond het gevonden zwaard. Wordt het ook als fictief herkend? De gebeurtenissen rond heer Bertrand zijn verzonnen maar ze zijn wel gevat in de historische context van de vroege middeleeuwen. De structuur van het verhaal voegt spanning toe. Door in te spelen op zintuigen en emoties gaat de geschiedenis leven bij een breed publiek.

Het geeft de eigenaar van het zwaard een identiteit. De historische persoon Wynfreth in deze vertelling is de geschiedenis ingegaan als Sint Bonifatius. Deze geestelijke stichtte tijdens zijn leven inderdaad meerdere kerken en werd, zoals wij allen weten, uiteindelijk in 754 na Chr. bij Dokkum vermoord.

Een verhaal als dit geeft je als lezer of toehoorder de mogelijkheid om je te kunnen identificeren met mensen en hun levensomstandigheden uit de achtste eeuw. Ik ben er van overtuigd dat het Frankische zwaard hierdoor aandachtiger wordt bekeken en dat de feiten ook beter worden onthouden.

Storytelling is een communicatiemiddel waarbij je de lezer of luisteraar wilt inspireren en raken. Binnen de wereld van de retorica gaat het om de ‘kunst van het overtuigen’ waarbij het draait om wat je wilt bereiken met je verhaal. De toevoeging van subjectieve informatie rond een archeologische vondst kan fungeren als alternatief platform om bij kunst en geschiedenis betrokken te raken. Mensen zonder veel belangstelling hiervoor kunnen er wel degelijk iets van opsteken.

Als storytelling bijdraagt aan meer beleving, en relevant is voor educatieve vorming, kun je naar mijn idee spreken van een aanvullende bron van informatie. Tegelijkertijd bestaat het gevaar dat objectieve wetenschappelijke kennis wat ondergesneeuwd raakt en hierdoor minder serieus wordt genomen.
Om die reden denk ik dat de verschillende informatiebronnen steeds als zodanig goed herkenbaar moeten zijn. Indien ze naast elkaar bestaan kunnen feiten en fictie elkaar versterken.

Beeldrecht

Alle afbeeldingen zijn van internet gehaald, behalve die van het zwaard. Deze komt uit de collectie van het Stadsmuseum. De beelden dienen ter ondersteuning van de tekst en worden gebruikt voor educatieve doeleinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.